This website uses features that your browser doesn't support. Please upgrade to a recent version of your browser.
Museum Hof van Busleyden

(c) Museum Hof van Busleyden

Samenstelling: Hannah Iterbeke en Sara Verhaert

Media
  • British Museum
  •  | KBR Brussel
  •  | Kunsthaus Zürich
  •  | Musée du Louvre
  •  | Museum Hof van Busleyden
  •  | Museum Hof van Busleyden - Sophie Nuytten

De reis naar het Oosten



In 1553 rolt een bijzondere prent van de drukpers. De afbeelding is maar liefst 4,5 meter lang en is gemaakt uit tien houtsneden. Het is een prachtig reisverslag met schitterende landschappen, oosterse gebruiken en rituelen uit het Ottomaanse Rijk in zeven scènes.

Stap mee in de voetsporen van kunstenaar Pieter Coecke van Aelst en ontdek het verhaal achter dit bijzondere kunstwerk.



Artistieke alleskunner

De prent is gemaakt door Pieter Coecke van Aelst, een echte alleskunner. Naast prentkunstenaar is hij ook architect, beeldhouwer, schilder, auteur, tekenaar, ontwerper van wandtapijten en glasramen, uitgever en vertaler.

Hij leidt een bijzonder succesvol atelier en werkt onder meer in Antwerpen en Brussel. De kunstenaar is geen onbekende: hij schopt het tot hofschilder voor Karel V en Maria van Hongarije.

In 1533 reist de jonge schilder Pieter Coecke naar het Ottomaanse Rijk. De verre tocht onderneemt hij niet zomaar. Een van zijn grootste talenten is het ontwerpen van wandtapijten. We vermoeden dat de kunstenaar de Ottomaanse sultan Süleyman I wil overtuigen om enkele wandtapijten te bestellen.

Zijn tekeningen nemen ons mee naar de kille Sloveense bergen, over het uitgestrekte Georgië tot het eeuwenoude Constantinopel, de hoofdstad van het Ottomaanse rijk en vandaag de stad Istanboel.









De reis in zeven scènes



I - Soldaten rond een kampvuur

In de eerste scène is een nachtelijk kampement in Slovenië te zien. Reizigers banen zich een weg over een steil en rotsachtig pad terwijl anderen zich te slapen leggen of vuur aanmaken.

Vooraan zie je een man met de boog in de hand. Het is kunstenaar Pieter Coecke zelf.





II - Karavaan van reizigers

De doortocht van een karavaan toont de expeditie op haar weg van bergachtig terrein naar lagergelegen gebieden.

Je ziet er kooplui die er drank, voedsel en paarden komen verkopen aan de reizigers.







III - Stoet met ruiters en muilezels

In deze scène maken we langzaam de overgang naar de gebruiken en gewoontes van de Turken.

Op de achtergrond bereiden de reizigers zich voor om een rivier over te steken terwijl ze verder naar het oosten trekken.









IV - Feest van de nieuwe maan

De vierde scène verbeeldt een feest van de nieuwe maan en het vasten van de ramadan in Bulgarije. De maansikkel rechtsboven luidt deze viering in.









V - Begrafenisceremonie

Deze scène verbeeldt een begrafenisritueel in het Ottomaanse rijk. Hoewel volgens sommige onderzoekers enkel mannen aan een begrafenisstoet deelnamen, heeft de kunstenaar achteraan twee vrouwen opgenomen.







VI - Besnijdenis

Op de zesde scène wordt de besnijdenis van een jongetje gevierd. Belangrijke monumenten in achtergrond van deze scène maken duidelijk dat deze viering in de Ottomaanse hoofdstad plaatsvond.







VII - Optocht van Süleyman I

Deze laatste scène is gericht op de Ottomaanse vorst, Sultan Süleyman I, met het Hippodroom op de achtergrond. Op deze plek vind je vandaag in het moderne Istanboel het bekende Sultanahmetplein.







Terug van een kale reis?

De verre reis moest de Ottomaanse sultan overtuigen om prachtige Brusselse wandtapijten te bestellen om zijn paleis mee te versieren. Zijn grote rivaal Karel V, de Habsburgse keizer, was gek op wandtapijten. Maar de onderneming van Pieter Coecke en zijn reisgenoten blijkt geen succes.

Bij de sultan valt het voorstel van de wandtapijten niet echt in de smaak. Hij vindt de levensechte voorstellingen van mensen en dieren maar niets. Bovendien hebben de Ottomanen zelf een rijke traditie van tapijten.

Zo vertelt ons in ieder geval de zeventiende-eeuwse schrijver Karel van Mander. Of dat helemaal klopt, weten we niet. Maar er volgt geen bestelling voor wandtapijten van de sultan.

Keert de kunstenaar terug van een kale reis?







Zeden en Gewoonten der Turken

Ondanks de mislukte handelsmissie, komt de kunstenaar niet met lege handen terug. Pieter Coecke doet tijdens zijn verblijf in het Ottomaanse rijk heel wat ervaringen op. Zo leert hij Turks spreken en dompelt hij zich onder in een volledig andere cultuur en levensstijl.

Pieter Coecke legt ook de verschillende mensen vast die hij ontmoet tijdens zijn reis. Elk met hun eigen gebruiken en rituelen. Zijn tekeningen worden een visueel reisverslag dat we vandaag nog steeds kunnen bewonderen.













Pieter Coecke van Aelst & Mayken Verhulst, Zeden en Gewoonten der Turken, 1553 (KBR, Prentenkabinet)







Fast forward

Na zijn reis trouwt Pieter Coecke van Aelst met Mayken Verhulst, miniatuurschilderes uit Mechelen. De schilder heeft op dat moment al vier kinderen, samen krijgen ze er nog eens drie. Die zie je op het zelfportret dat de kunstenaar maakte rond 1545.

17 jaar na zijn terugkeer sterft de kunstenaar in Brussel. Hij is dan 48 jaar. Maar zijn artistieke carrière is nog lang niet voorbij.

Kijk maar eens naar de vastberaden blik van zijn echtgenote Mayken Verhulst op het portret.

Pieter Coecke van Aelst (1502-1550). Der Künstler, seine Frau und ihre Kinder, 1545 - Kunsthaus Zürich

Enter: Mayken Verhulst

Mayken Verhulst zal later vooral gekend zijn als de schoonmoeder van Pieter Brueghel de Oude en de grootmoeder van Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude. Maar de rol die ze vervult in de kunstgeschiedenis is veel groter dan die van moeder en grootmoeder.

Mayken Verhulst groeit op als telg van de Mechelse kunstenaarsfamilie Verhulst-Bessemeers. Ze is een getalenteerd kunstenares, maar helaas kennen we vandaag geen werken meer van haar hand.

De beroemde zestiende-eeuwse Italiaanse geschiedschrijver Lodovico Guicciardini vermeldt Mayke Bessemeers van Mechelen als één van de vier meest succesvolle vrouwelijke kunstenaars in zijn grote beschrijving van de Lage Landen.

Vandaag gebruiken we trouwens de naam Verhulst, maar in oude bronnen komt Bessemeers regelmatig voor. Haar geboortehuis kan je nog steeds terugvinden in Mechelen.

Op deze cartouche uit het British Museum zie je een inscriptie van Mayken Verhulst. Ze staat er vermeld als uitgever van de tekening van haar echtgenoot.

De oorspronkelijke inscriptie op de cartouche luidt:

Marie Verhulst vesue dudict Pierre d'Alost trepassé en l'an M.D.L. a faict imprimer lesdictes figures, soubz Grace & Privilege de l'Imperialle Maieste. En l'An M.CCCCC.LIII

Vrij vertaald naar het Nederlands:

Marie Verhulst de weduwe van (de eerder vermelde) Pieter Coecke van Aelst die overleden is in het jaar 1550 heeft deze voorstelling laten drukken, met de gratie en het privilege van zijne keizerlijke majesteit. In het jaar M.CCCCC.LIII (1553)

Een gouden zet

Drie jaar na het overlijden van haar echtgenoot beslist Mayken Verhulst om de tekeningen van de reis naar het Ottomaanse rijk uit te geven in prenten. Het blijkt een uiterst berekende en gouden zet te zijn.

De levendige taferelen uit het reisverslag van haar echtgenoot spelen helemaal in op de fascinatie voor het Ottomaanse rijk.

Karel V plaatst rond dezelfde tijd een bestelling voor de allerduurste wandtapijtenreeks van die zestiende eeuw. Deze tapijten tonen de verovering van Tunis in 1535. De strijd speelt zich af over het middellandse zeegebied. Zijn rivaal? De intussen oude bekende in dit verhaal: de Ottomaanse Sultan Süleyman I.

Een versie van een van deze tapijten zal je kunnen zien in de vaste opstelling van Museum Hof van Busleyden, na de heropening.